City cars

De stemming is afgelopen.
De resultaten worden bekendgemaakt op 17 november.

City cars

Tot voor kort sloeg de benaming City Car voornamelijk op het A-segment, bevolkt door auto’s die zich met hun beperkte formaat (grofweg tot 3,75 meter) en hun wendbaarheid als een vis in het water voelden in het hectische stadsverkeer. Vaak ging het dan om vrij basic modellen, zonder al te veel comfort of luxueuze poespas. Een concept dat best wel zijn aanhangers had, en toch keren steeds meer constructeurs dit segment de rug toe. De verklaring is simpel: de winstmarges in dat instapsegment liggen niet hoog genoeg. Gelukkig omvat de categorie van de stadsauto’s ook nog de modellen uit het zogenoemde B-segment (3,75 tot 4,10 meter): auto’s die niet zo heel veel duurder zijn, maar wel veelzijdiger – ze zijn bijvoorbeeld beter geschikt voor langere ritten, zelfs op de snelweg. Het aanbod in dit B-segment is nog altijd groot, en niet zonder reden, want je vindt hier echte kaskrakers. Hun publiek is erg gevarieerd: van jongeren met een beperkt budget over kleine gezinnen tot gepensioneerden die nog wel alle moderne comfort en hedendaagse veiligheid willen, maar geen grote auto meer nodig hebben.

De genomineerden

1Ford Fiesta

De Fiesta is van oudsher de keuze voor de enthousiaste bestuurder in dit segment, en ook de huidige generatie blijft trouw aan Fords reputatie op dit vlak. Het onderstel van deze stadsauto biedt een magistrale mix tussen comfort en dynamiek, ook in de stoere Active-versie, die hoger op zijn poten staat. Uiterlijk is deze Fiesta misschien nogal nauw verwant aan zijn voorganger – met een eenvolumerlook die anno 2021 niet meer zo in zwang is – maar binnenin is hij helemaal mee met zijn tijd, onder meer dankzij een uitgebreid en gebruiksvriendelijk SYNC-infotainmentsysteem. Inzake plaats op de achterbank of laadvolume scoort Fords B-segmenter in de middelmoot voor dit segment, en hier en daar vallen wat goedkope en krasgevoelige kunststoffen uit de toon. Ook de Fiesta zwaaide intussen de dieselmotor uit, maar hij blijft wel beschikbaar met een brede waaier aan benzinemotoren, gaande van 75 pk tot 155 pk, of zelfs 200 pk in de bruisende ST, een van de weinige overgebleven hot hatches in deze categorie.

2Hyundai i20

De derde generatie van de i20 kwam eind 2020 op de markt. Deze vijfdeurs pakt uit met een verzorgde look en zijn interieur biedt flink wat ruimte. Datzelfde geldt voor de koffer... tenzij in de versie met microhybride ondersteuning, waar het 48-voltsysteem het laadvolume doet dalen van 352 tot 262 liter. Op de basisversie na hebben alle uitvoeringen recht op een centraal aanraakscherm, maar zelfs de duurdere uitvoeringen grijpen hier en daar terug naar goedkope kunststoffen. En terwijl de veiligheidsuitrusting al vanaf de instapversie uitgebreid is, zit alle andere uitrusting verdeeld over de afwerkingsniveaus – zonder marge voor personalisering. Onderweg onderscheidt deze in Turkije gebouwde Koreaan zich door een prima compromis tussen comfort en wegligging. Klanten kunnen enkel voor benzine kiezen: van de 1.2 van 84 pk tot de bijzonder soepele 1.0-turbo van 100 of 120 pk (in de topversies verplicht gecombineerd met de 48-voltondersteuning). Sinds kort is de i20 ook te bestellen in een sportieve N-uitvoering, met zijn 1.6-turbo van 204 pk een echte kleine bom.

3Peugeot 208

De in de herfst van 2019 gelanceerde 208 wist prompt de harten van veel redactieleden te stelen. Veel heeft te maken met zijn assertieve look, die nog kracht wordt bijgezet door zijn ledverlichting. Het knap vormgegeven interieur trekt die lijn door, met voorin de i-Cockpit van Peugeot – een bestuurderspost die met zijn kleine stuurwiel zijn voor- en zijn tegenstanders heeft. Ook vanaf de achterbank is gemor hoorbaar: voor een auto van 4,05 meter is de beenruimte achterin krap, en de kleine deuren hinderen de instap. Het rijgedrag van de kleine Fransman maakt echter veel goed: het aangename stuur bedient een nauwkeurige voortrein, de schokdempers houden het koetswerk mooi stabiel in bochten en het comfort is van een erg hoog niveau. Het motorgamma draait grotendeels rond de schitterende 1.2 PureTech, een bruisende benzinedriecilinder die tegelijk pittig en zuinig is. Bij voorkeur te combineren met de EAT8-automaat, want de bediening van de manuele vijf- of zesbak is niet onberispelijk. Daarnaast bestaat de 208 ook nog als diesel.

4Dacia Sandero

De derde generatie van de Sandero blijft trouw aan zijn budgetroeping. Voor de prijs van een A-segmenter biedt hij bijna de binnenruimte en het koffervolume van een compacte middenklasser. Tegelijkertijd ziet hij er weer wat moderner uit dan zijn voorganger. Binnenin is het nog altijd al kunststof wat de plak zwaait, maar toch zit de kwaliteitsindruk in de lift. Bovendien doen enkele moderne snufjes hun intrede, zoals een handsfree startkaart, automatische lichten, een elektronische klimaatregeling of een achteruitrijcamera. Op veiligheidsvlak pronkt de Sandero nu met standaard zes airbags en een automatische noodremhulp, maar van een spoorassistent is geen sprake. Met zijn moderne platform (dat van de huidige Renault Clio) rijdt deze Dacia efficiënt, maar minder zacht dan je zou verwachten – een kritiek die zeker geldt in het geval van de verhoogde Stepway. Het motorenpalet is beperkt tot een astmatische 1.0 van 65 pk en de veel interessantere turbovariant van 91 pk, die zijn zesbak ook kan inruilen voor een CVT. Van diezelfde driepitter bestaat ook een lpg-uitvoering (101 pk).

5Toyota Yaris

De vierde generatie van de Toyota Yaris bestaat enkel nog als vijfdeurs – alleen de woeste GR met zijn 1.6-driecilinder van 261 pk en vierwielaandrijving is nog een driedeurs, maar dat is dan ook eerder een homologatiespecial voor het WK Rally die eigenlijk maar weinig met de gewone wegversies te maken heeft. Het ‘normale’ aanbod in de Yaris bestaat uit een 1.0 (72 pk) en 1.5 (125 pk) op benzine, maar het uithangbord is natuurlijk de Hybride, waarin een 1.5-benzinemotor samenwerkt met een elektromotor om 116 pk te leveren. Een aandrijfgeheel waarmee de Yaris ook korte stukken volledig elektrisch kan rijden en dat vooral tot zijn recht komt in de stad. Het onderstel weet een prima comfort te verzoenen met een levendigheid en snedigheid die de vorige Yaris vreemd waren. Vergeleken met die voorganger zit je als bestuurder ook een pak beter, al maakt het dashboard een wat sobere indruk. Achterin is voldoende plek voor volwassenen, maar de oplopende gordellijn en dikke C-stijlen creëren er een claustrofobische indruk.

De categorieën